Toen ik kwam kijken op de dagbesteding viel Paul me meteen op. Hij zat in zijn rolstoel aan tafel te werken. Flanellen ruitjesoverhemd aan, met lange mouwen. Dicht tot het bovenste knoopje. Wit T-shirt eronder. Dikke spijkerbroek met leren riem. Tennissokken in een paar stevige bruine schoenen. En een boerenzakdoek. Met bijna dertig graden op de thermometer buiten een opvallende kledingkeuze. Omdat Paul moeilijk praat, vertelde de begeleider me er meer over.

Paul merkt zelf vaak niet hoe warm hij het heeft. Het is een deel van zijn beperking. Dunnere kleding zou zeker helpen. Maar dat is moeilijk. Hij is als kind een tijd erg ziek geweest en kreeg van moeder stevig in de oren geknoopt dat hij zich steeds goed moest inpakken. Tegen de kou. Die boodschap heeft hij ter harte genomen. Hij draagt nu iedere dag dezelfde outfit. Twintig jaar later is het een soort tweede huid geworden. Die trek je niet zomaar af.

Natuurlijk wordt er gekeken naar andere manieren om Paul te helpen, maar hij geeft zelf het tempo aan. Daarom letten de begeleiders extra op en bedenken ze hun eigen praktische oplossingen. Paul krijgt koel drinken en een voetenbad aangeboden waar hij zelfs zijn sokken voor uittrekt. En als de temperatuur oploopt krijgt hij een boerenzakdoek om. Die draagt hij dus alleen als het heel warm is. Met een grote glimlach. Want in de bonte zakdoek zit een koelelement.

Greet Prins
Voorzitter Raad van Bestuur